Deze week speelde er veel bij de klant waar ik nu zit. Zaken die me bezighielden tot ver buiten werktijd. En ik kon er maar niet achterkomen waarom ze me zo bezighouden. Tot ik een artikel las in Happinez (nee, daar heb ik geen abonnement op, ik las ‘m toevallig omdat mijn vrouw ‘m had gekocht…) dat ging over Robert M. Pirsig.
Hij schreef in 1974 het boek “Zen and the art of motorcycle maintenance” en ik las dat een jaar of 10-20 geleden voor het eerst. Het heeft een onuitwisbare indruk gemaakt, omdat het ging om een zoektocht naar de essentie van het bestaan en deze lastige materie verduidelijkt werd door begrijpelijke onderwerpen uit het motoronderhoud.
Pirsig stelt dat er één ding ten grondslag ligt aan alles, en dat is kwaliteit. Kwaliteit is dus geen eigenschap of kenmerk van dingen, maar iets dat er aan vooraf gaat. Net zoals de Dao in Lao Zi’s “Dao De Jing”.
Ok, dat is een hoop inleiding, maar het lezen van dat stukje triggerde onmiddellijk het besef dat kwaliteit ontzettend belangrijk is voor mij. Het vertaalt zich voor mij ook naar schoonheid. Ik hou van mooi: mensen, gebeurtenissen, materiele dingen. Als er een innerlijke kwaliteit is, dan komt die zichtbaar naar buiten en heeft schoonheid. Daarom kan ik een Toyota Prius mooi vinden: niet omdat ie estethisch aantrekkelijk vormgegeven is, maar omdat er een gedachte in huist die ik mooi vind. En vind ik windmolens geen horizon-vervuiling, maar een aanwinst voor het landschap, omdat het uitgangspunt ervan helemaal klopt.
Schoonheid is voor mij belangrijk omdat ik er blij van wordt. En ik heb liefst dagelijks een stukje blij in mijn leven.
Schoonheid is voor mij de meetlat waarlangs ik dingen leg als ik twijfel of ze bij mij passen of niet. En dat was ik de laatste tijd vergeten in de problemen die bij de klant speelden: dat ik een meetlat heb om me te helpen keuzes te maken.
Software maken is bij uitstek een bezigheid waarbij kwaliteit en schoonheid een rol spelen. Floris schreef er vandaag ook over in zijn Blue Note 84: “…de kans neemt aanzienlijk toe dat het goede software is als de source code er ook mooi uit ziet”. Een vakman ziet dat. In één oogopslag: dit is wel of geen mooie code.
In ons vak zijn veel mensen die software maken, maar zijn het allemaal vaklui? Pirsig schrijft hierover:
Waarom deden die monteurs hun werk zo slecht? Het waren toch vakmensen, opgeleid in de techniek? Nee, al hadden ze misschien wel een technische opleiding gehad, vakmensen waren het zeker niet. Ze waren niet echt betrokken bij wat ze deden. Ze werkten gehaast, op de automatische piloot, zonder enig gevoel. Het waren net toeschouwers. Er bestond geen identificatie met het werk.
Dit is waar het om gaat voor mij. Bij software maken in het bijzonder, maar eigenlijk bij leven in het algemeen: betrokkenheid, gevoel. Niet maar domweg snel iets fixen of even in elkaar draaien, maar de tijd nemen om een stapje terug te doen en je af te vragen: “wat is hier aan de hand, wat is eigenlijk het probleem?”.
Als je een plek nodig hebt om boeken te bewaren en misschien ook nog een paar sokken en onderbroeken, dan kom je goed weg met een IKEA kast; voordelig, en voor de meeste mensen eenvoudig in elkaar te zetten. Maar als je behoefte groeit en je voortdurend stukjes IKEA kast toevoegt, komt er een moment dat de wand vol begint te raken en het volgende kast-element gewoon niet meer past. Dan kun je natuurlijk van een ander model een stuk nemen, en daar misschien iets vanaf zagen. En zo’n handig pennenbakje kun je met een spijker vastzetten aan de staander. O, laatjes erbij? Dan nemen we zo’n laatjesding en die zetten we op de plank; schuiven we gewoon wat boeken opzij.
En op een dag valt het hele gevaarte om, want in het begin had je de moeite niet genomen om ‘m echt goed aan de muur vast te maken. Nergens voor nodig, want er zouden toch nooit meer dan 100 boeken en 20 paar sokken in komen. En nu is de ellende niet te overzien.
Het is momenteel mijn werk om nog een plank aan zo’n gedrocht te maken om een electronische kassa op te kunnen zetten. Ik heb al vaak aangegeven dat het gevaarte gevaarlijk staat te zwaaien en dat het beter is om de hele zaak eerst goed vast te zetten en misschien wel een flink stuk te vervangen door iets degelijkers.
Maar dat is niet mijn opdracht. Die kassa moet op die plank, en snel een beetje.
Na bovenstaande begrijp je mijn probleem. Kwaliteit en schoonheid zijn ver te zoeken. De dingen waar ik blij van wordt komen sporadisch langs. Moet ik dit blijven doen?
Wat zou jij doen?
P.S. Ik vraag niet letterlijk om je advies over wat ik zou moeten doen. Ik wil graag weten hoe je aankijkt tegen vakmanschap, kwaliteit, schoonheid en opdrachten die strijdig zijn met hetgeen waarvoor je graag wilt staan.

#1 door florisz om 14 februari 2010
Inspirerend en gepassioneerd verhaal, mooi hoor zoals ik passie altijd mooi vind. Schoonheid in kwaliteit gaan inderdaad ook over je eigen overtuiging wat mooi en goed is. Maar als je het doortrekt, over integriteit, voldoe ik aan mijn eigen normen. Is mijn performance conform mijn eigen esthetiek?
Waar ik dan op zo’n moment mee worstel is de vraag of mijn norm de juiste norm is. Ik heb mijn eigen norm over goede software in al die jaren dat ik software ontwikkel zelf vastgesteld. En dat in de context waarbinnen ik altijd gewerkt heb. Maar ja ik ben niet persoonlijk verantwoordelijk geweest voor een business waarin 100+ mensen hun stinkende best doen om hun klanten terwille te zijn. Die dag in dag uit eigenlijk alleen maar last hebben van ‘de IT afdeling’. Waarschijnlijk geheel onterecht en zeker niet te wijten aan de mensen die op de IT afdeling werken. Maar het is wel de werkelijkheid.
En in die ongelijke strijd ben je dan lijdend voorwerp waarin je jezelf staande probeert te houden met je terechte opvattingen over vakmanschap, kwaliteit en schoonheid.
Zeker geen makkelijke opgave maar één ding weet ik zeker. Je gaat geen mensen overtuigen van je gelijk door te redeneren. Een bokser zou zeggen laat je vuisten spreken, ofwel als je kunt aantonen dat je gelijk hebt ben je de man.
#2 door Richard de Zwart om 15 februari 2010
De vraag “is mijn norm de juiste norm” is geen goeie vraag. Jouw norm is de enige norm, omdat niemand anders dan jij die kan stellen. Of die overeenkomt met de normen van anderen, kun je niet in zijn algemeenheid beantwoorden, maar moet je per situatie bekijken.
Als je niet handelt naar je eigen normen en waarden, doe je jezelf (en je geloofwaardigheid) geweld aan. Daar kan je heel goed voor kiezen, omdat er andere zaken zijn (zoals geld verdienen voor je bedrijf en dus jezelf en je gezin) die prevaleren.
Ik geloof ook dat je mensen niet gaat overtuigen door te redeneren. Of dat het erom zou gaan mijn gelijk te halen. Je kunt mensen hooguit aan het denken zetten door te handelen, te laten zien wat je belangrijk vindt.
In mijn geval, in deze situatie zou dat betekenen dat ik duidelijk aangeef: “Sorry, maar deze opdracht kan ik echt niet aannemen omdat deze te ver afstaat van hoe ik denk dat ik mijn werk moet doen”.
#3 door Marcel Offermans om 16 februari 2010
Inspirerend verhaal, Richard, ik herken ‘t helemaal. In die context kan ik jou, en al mijn collega engineers, het verhaal van Robert Martin van afgelopen Devoxx van harte aanbevelen. Inhoudelijk geloof ik zeer in het principe van “leading by example” en denk ik dat je uiteindelijk de beste kans maakt om mooie opdrachten te krijgen, door gewoon de dingen te doen die je gelooft. Die weg is niet altijd eenvoudig, onderweg zul je concessies moeten doen, maar als je goed afweegt waar je die maakt en niks doet waar je totaal niet achter staat, geloof ik dat we uiteindelijk relevant bezig zijn.
Robert’s talk:
http://devoxx.parleys.com/#st=5&id=1491&sl=1
#4 door Richard de Zwart om 19 februari 2010
Marcel, bedankt voor de link. Wat een enorme opluchting om te horen dat een ouwe rot in het vak als Uncle Bob precies onder woorden brengt waar het voor mij in dit vak over gaat. Dit is een echte eye-opener, verplicht luister/kijk voer voor al onze collega’s, een inspiratie om vol te houden.
#5 door Rick van der Arend om 11 maart 2010
Leuk om te lezen dit, Richard. Heb het boek iets recenter nog doorgelezen (3 jaar geleden) en laatst nog aan een collega cadeau gedaan. Het blijft een mooi verhaal en zet je heel erg aan het denken over kwaliteit.
Toevallig heb ik paar weken geleden nog geschreven over vakmanschap, dat is ook zeker geïnspireerd door dit boek. Zie http://goo.gl/RL9g
Overigens zou ik ook eens de 7 habits van Stephen Covey lezen. Daarin (en vergelijkbare boeken) vind je misschien inspiratie om van je huidige situatie te maken wat er (nog) van te maken valt. Belangrijkste vuistregel: registreer alles wat je tegenvalt en maak je daar verder niet druk over, maar kijk vervolgens gericht hoe je daar verandering in kunt brengen.
#6 door Ferran Rohaan om 15 maart 2010
Boeiend verhaal.
In mijn ogen is het interessant om te bepalen wat de klant bedoeld met “kwaliteit”, deze is immers bepalend.
Wanneer je dit vastgesteld hebt en het strookt niet met je eigen normen zul je moeten aantonen wat de toegevoegde waarde is voor de klant.
Dit kan je doen door de kwaliteit te meten en te benadrukken wat de voordelen zijn door zaken “schoon” en kwalitatief goed ingeregeld te hebben. Dit zal moeten matchen met je eigen normen over kwaliteit.
Enkele Voordelen:
Problemen komen minder snel voor
Releases zijn sneller door te voeren
Beter beheersbaar
Overdracht naar nieuwe medewerker is makkelijker
Performance is meetbaar
Etc.
Dit inzichtelijk en meetbaar maken zie ik vaak terugkomen in business intelligence projecten. Tegelijkertijd kom ik in dezelfde tegenstrijdigheid omdat de klant “vaak” zo snel en goedkoop mogelijk een goed afgerond project wil. Gevoelig punt aan de rapportagekant is vaak “performance”, wanneer ik (in mijn rol als “de bokser”) dit kan aantonen zal de klant overstag gaan zodat dit weer aansluit bij mijn eigen normen. Elke klantsituatie zal echter afzonderlijk geanalyseerd moeten worden.
#7 door Richard de Zwart om 19 maart 2010
@ferran: Het is zeker belangrijk om te weten wat de klant bedoelt met kwaliteit. Het is zonde van zijn tijd en geld als je een Ferrari bouwt terwijl hij een Golf nodig heeft. Maar als vakman weet je dat het chassis solide moet zijn en dat het motor-blok goed vast moet zitten. Als een klant daar op wil beknibbelen moet je hem ernstig waarschuwen dat hij dan op redelijk korte termijn grote problemen kan verwachten. Als de klant dat naast zich neerlegt moet je als vakman overwegen of je de klus dan wel moet aannemen.
Robert Martin haalt in het verhaal waaraan Marcel hierboven refereert een uitgangspunt aan waaraan alle artsen zich houden volgens de Eed van Hippocrates: Do No Harm. Breng geen schade toe. Niet aan de klant, niet aan je eigen bedrijf, niet aan de software.
Soms weet een klant niet welke schade een bepaalde handeling (of het nalaten van een handeling) kan veroorzaken, en het is jouw plicht om hem daar tegen te beschermen. En als hij desondanks doorzet, moet je je terugtrekken.
Dat is geen kwestie van arrogantie, maar van zorgvuldigheid.